Stadsbestuur hanteert verkeerde beleidsprincipes
Naar de mening van de Stadspartij gaat het Leidse bestuur niet alleen verkeerd om met de regels, maar gaat men vooral uit van verkeerde principes.
Regels zijn altijd onderhevig aan een bepaalde uitleg, principes niet. Werkt men alleen met regels en verliest men de uitgangspunten (principes) uit het oog, zal het menigmaal verkeerd aflopen voor de burger, aangezien het Stadsbestuur dan naar eigen goeddunken de regels hanteert en zich met macht omgeeft. Wij dagen daarom ook de andere partijen uit om in deze verkiezing hun principes te tonen.
Als een partij na de verkiezingen lid wordt van het College, dan levert die al veel bij de verkiezingen gepresenteerde uitgangsprincipes in. Voorbeelden hiervan zijn de RGL, de Oostvlietpolder en de lokale belastingen.
Principes zijn verbonden met personen die ze moeten dragen. Blijkbaar kunnen de zittende partijen geen mensen vinden die haar principes óók in het College van B&W dragen. Tevens is er te weinig controle (of kritiek) van de eigen partijen op de zittende Wethouders.
Politieke standpunten of kiezersbedrog
1. Politici in het college moeten aan het verkiezingsstandpunt vasthouden.
Het begrip politiek standpunt wordt volgens de Stadspartij dan ook verkeerd toegepast. Het zou politiek veel correcter zijn tegenover de kiezers om het verkiezingsstandpunt te blijven hanteren ook al hebben andere collegepartijen een andere mening. De politieke compromissen van de afgelopen jaren zetten de burger na de verkiezingen buiten spel en voor schut. Foute beslissingen moeten dan achteraf met ondoenlijke referenda worden gecorrigeerd.
Handhaven
2. Handhaven moet niet de nieuwe sport voor ambtenaren zijn. Of leven ambtenaren los van de samenleving in een wereld van regeltjes?
Als het uitgangspunt is dat het Gemeentebestuur de stad goed moet besturen, dan hoort de openbare orde handhaven daarbij als een van zijn taken. Maar hoe doe je dat?
Stel, je parkeert je auto voor je huis, de hond springt onaangelijnd uit de auto, steekt de stoep over en rent het huis in. Ben je dan in overtreding als er net een GOA langsloopt die dat ziet?
Of: je moet op de Breestraat iets bezorgen en parkeert je auto op de stoep (waar op dat moment niemand loopt). Je krijgt een bekeuring voor het op de stoep parkeren. Je enige alternatief is op de rijweg parkeren, hetgeen wel mag. Daarmee belemmer je echter al het verkeer van de drukke Breestraat en ontstaan er gevaarlijke situaties.
Het Gemeentebestuur behandelt burgers te vaak als criminelen en handhaaft naar de letter van de wet in plaats van naar het uitgangspunt..
Ook bij de afdeling Bouwen en Wonen zijn talloze voorbeelden te noemen van onnodig procedureel handhaven.
Helaas wordt er, als het om de woningbouwvereniging de Sleutels gaat, in de Mulderstraat niet gehandhaafd. De gemeente laat de burger letterlijk in de kou staan.
Onmogelijke regels
3. Regels moeten simpel en uitvoerbaar zijn en vooral het principe uitstralen.
Helaas heeft de Gemeenteraad zich in het verleden ook schuldig gemaakt aan het opstellen en goedkeuren van (gedetailleerde) regels op het gebied van Bouwen en Wonen, ook omdat men de gevolgen van een goedgekeurde regel niet altijd overzag.
Als voorbeeld de regels voor monumenten. Vaak leiden die ertoe dat bepaalde projecten in bepaalde gebouwen onuitvoerbaar zijn en dus averechts uitpakken voor zowel de stadsontwikkeling als het wonen en werken in de stad. Of panden worden door de regelgeving onverkoopbaar en verpauperen. Hier noemt de Stadspartij met name het onroerend goed van de Gemeente Leiden zelf. Dit verpaupert het meest en wordt tenslotte, na jaren leegstand, voor een appel en een ei verkocht. Na meer dan tien jaar touwtrekken, is er dit jaar wel een nieuwbouw klaargekomen op de hoek van het Rapenburg en de Nieuwstraat.
Een ander voorbeeld van een onuitvoerbare en niet te handhaven regel is de blindengeleidestrook op de Haarlemmerstraat.
4. Beroep en bezwaar moet bij een onafhankelijke instantie kunnen worden gemaakt.
Bij onmogelijke handhaving kan de burger zich wenden tot de commissie van beroep en bezwaar. Op dit moment moet je je bezwaar aanvoeren bij dezelfde organisatie als die waartegen het bezwaar wordt ingesteld.
De Stadspartij wil deze belangenverstrengeling los koppelen en bovendien een stedelijke ombudsman aanstellen die als mediator moet optreden. De Stadspartij wil voorkomen dat een bestuursrechterlijke procedure moet worden doorlopen op uitsluitend juridische gronden. Het gaat vooral om de inhoud van het bezwaar en moet niet alleen zijn toegespitst op het al dan niet goed naleven van regeltjes.
Doordat het gemeentebestuur onduidelijke principes hanteert, loopt elke burger van Leiden het risico hier vroeger of later de dupe van te worden. Het Gemeentebestuur kiest eerst voor zichzelf en pas in tweede instantie voor de burger die haar betaalt.
Handhaving is een enorme, kostenverslindende post op de begroting.
5. Tegenstrijdigheden tussen diverse wetten moeten niet door burgers worden opgelost
Zo is er tegenstrijdigheid tussen de monumentenwet en het plaatsen van brandtrappen, het vergroten van brievenbussen, het plaatsen van dubbel glas en andere milieukundige ingrepen.
Grondexploitatie
6. De Gemeente hoort niet te verdienen aan grondexploitatie
De Leidse grond is van de gemeenschappelijke Leidse bevolking die daarop wil wonen en werken. Het door het Gemeentebestuur gevoerde grondbeleid drijft de prijs van grond onnodig op. Wonen en werken worden daardoor onnodig duur.
De Stadspartij is vooral fel tegenstander van het principe dat het stadsbestuur moet verdienen aan grondexploitatie. Hiermee wordt het stadsbestuur in de armen gedreven van projectontwikkelaars en komt de bevolking op de tweede plaats. De resultaten daarvan zijn de afgelopen jaren overduidelijk geworden: Aalmarktproject vastgelopen, Gat van Van der Putten, vreemde afspraken tussen het ROC en de gemeente voor wat betreft een parkeergarage met betaald parkeren op de Lammenschansweg en vele andere oninzichtelijke projecten.
Het argument dat de economie van Leiden baat heeft bij het omvormen van de Oostvlietpolder tot een industrieterrein is onjuist. Recente onderzoeken halen de relatie tussen nieuwe industrieterreinen en de groei van de werkgelegenheid juist uit elkaar. Nieuwe industrieterreinen betekenen geen groei van de werkgelegenheid maar slechts verschuiving van de arbeid.
De Stadspartij wijst al jaren op de leegstand op en de verpaupering van de industrieterreinen in de stad. In de regio is er nog meer leegstand. De gezamenlijke leegstand is veel groter dan het aantal vierkante meters dat men op het gebied van de Oostvlietpolder wil bebouwen. Eerst maar eens opruimen.
Bestemmingsplannen
7. Bestemmingplannen moeten sturend werken, niet belemmerend
Een ander praktisch voorbeeld van een verkeerd uitgangspunt is het Bestemmingsplan. Zo’n plan is ooit bedoeld om helderheid te verschaffen over wat in een bepaald stadsdeel wel of niet mag.
De invulling van het bestemmingsplan is echter dermate gedetailleerd geworden dat het plan nu meer belemmerend werkt dan sturend. Maar wanneer een nieuwbouwplan niet overeenkomt met het bestemmingsplan, wordt het bestemmingsplan toch aangepast (met de daaraan gekoppelde kosten). Het bestemmingplan beschrijft zó tot in de puntjes wat in een pand wel en niet mag dat panden staan te verkrotten omdat er een winkelfunctie aan vast zit (Hoge Rijndijk). Ook het omgekeerde is waar: omdat in een pand alleen gewoond mag worden, is een bedrijf aan huis of zelfs een huisartsenpraktijk onmogelijk.
Door nieuwe wetgeving op het gebied van Ruimtelijke Ordening heeft het bestemmingsplan zijn functie voor een groot deel prijs moeten geven aan andere instituten. De Stadspartij is er een voorstander van om het instituut “bestemmingsplan” te ontmantelen.
Bovendien moeten documenten zoals bestemmingsplannen voor iedere Leidenaar inzichtelijk en begrijpelijk zijn. Nu is het voer voor juristen.
Geld verkeerd besteed
8. Gemeentebelasting moet vooral de gemeenschap ten goede komen
Bij de besteding van de gemeentekas worden vreemde keuzes gemaakt. Grote projecten krijgen alle aandacht maar als er voor een wijk een klein bedrag nodig is, wordt daar moeilijk over gedaan. Bruggen, bijvoorbeeld, worden ook niet opgeknapt.
Eén van de hoofdpunten van de Stadspartij is dat het stadsbestuur is aangesteld om zaken zo goed mogelijk voor zijn bewoners te regelen. Na de verkiezingen vaart het gemeentebestuur echter zijn eigen koers. Om een helder, recent voorbeeld te geven: volgend jaar is het jaar van Van Doesburg, een internationaal befaamde Leidse kunstenaar. Van Doesburg heeft ooit een kunstwerk ontworpen dat volgens de Gemeenteraad (bij goedgekeurde motie) op het Stationsplein moet verrijzen. Het College van B&W weigert echter daar geld voor beschikbaar te stellen. Het College van B&W geeft echter wel € 300.000 uit aan een vaag plan met onduidelijke doeleinden als de Stichting Leiden Communicatiestad, waarvan de initiatiefnemers en de Leidse bestuurders elkaar onderling goed kennen.
Subsidie of vriendjespolitiek
9. Subsidie dient neutraal te worden toegekend en een grote groep burgers te dienen
Het college heeft de vrijheid om tot een bepaald bedrag te besteden aan projecten zonder de raad om goedkeuring te hoeven vragen. Het laatste project dat zo is gestart is Leiden Computerstad. Ieder jaar, vier jaar lang, krijgt dit project € 75.000. Het bedrag van 75.000 euro valt binnen de vrije besteding van de Wethouders, maar 300.000 euro niet. De Gemeenteraad wordt op deze wijze buiten spel gezet. Wordt er vervolgens naar het project gekeken, dan is het niet duidelijk wat de meerwaarde voor de stad daarvan is, maar wel dat er politieke vriendjes achter Leiden Computerstad zitten. Hetzelfde geldt voor de regelingen die getroffen zijn voor de politieke vriendjes in het Scheltemacomplex, alwaar diverse politieke partijen graag openbare vergaderingen houden.
Dit gegeven staat natuurlijk in schril contrast met noodlijdende, van subsidie afhankelijke clubs waar dan zogenaamd geen geld voor is. Het verdwijnen van de subsidie voor de schooltuinen is een goed voorbeeld. Dit project komt direct ten goede aan de bevolking (leerlingen van basisscholen) maar heeft permanent een tuinman nodig. De subsidie voor dit project is door het College gestaakt, maar gelukkig na een jaar door de Gemeenteraad weer toegekend. Voor schooltuinen zonder vriendjes in het stichtingsbestuur heeft het College duidelijk geen belangstelling.
Kunst, cultuur en sport
10. Privébelang speelt bij te maken beleid (lees vriendjespolitiek) een te grote rol. Gemaakte keuzes zijn niet transparant.
Veel valt er te zeggen over de principes en het beleid op het gebied van kunst, cultuur en sport.
De Stadspartij vindt dat het Gemeentebestuur kunst, cultuur en sport in algemene zin moet faciliteren. Hoewel de schaal zo breed mogelijk moet zijn, moeten burgers, groepen en organisaties er zelf invulling aan geven. Er moeten dan ook gebouwen en terreinen beschikbaar zijn voor deze doelen, die tegen een redelijke vergoeding (niet marktconform) kunnen worden gehuurd. Omdat zulke gebouwen en terreinen toch al door de burger betaald zijn, hoeft de prijs niet marktconform te zijn.
Onze twijfels over de kwaliteiten van het Stadsbestuur doen ons vrezen voor het slagen van het project “Huis van de Sport”, met of zonder ijsbaan. Eén voetbalkooi op een groot aantal jongeren is te weinig en vraagt meteen, voorspelbaar, om problemen.
Het willekeurig afstoten van panden in Gemeentelijk eigendom heeft al schade berokkend aan het Leidse cultuur-, kunst- en sportgebeuren. Voorbeelden? De verkoop van Sociëteit de Burcht; onze band van wereldklasse K&G die geen goed oefenterrein in Leiden kan vinden; Sportschool Aad van Polanen die na 30 jaar noodgedwongen naar de Universitaire sporthal buiten de stad moet verhuizen.
Sportschool Aad van Polanen zat tezamen met het Inloophuis Psychiatrie op het Rapenburg 48. Het Inloophuis Psychiatrie weet ook al tijden niet waar het aan toe is. Of er überhaupt een contract met een projectontwikkelaar is over de bouw van een hotel is onduidelijk. Ook is onduidelijk of de projectontwikkelaar wel kan voldoen aan de eisen voor monumenten. Waarschijnlijk moet het pand voor een Euro vekocht worden.
11. Omdat de bestuurders geen Leidenaren zijn, nemen ze verkeerde, vreemde besluiten.
Na de verkoop van Sociëteit de Burcht, die een goede huur betaalde aan de Gemeente, staat nu het pand van ARS op het verkooplijstje. Berekend per vierkante meter betaalt ook ARS een goede huur.
Daartegenover staat het plan om de panden onder de Stadsgehoorzaal voor een appel en een ei te verhuren na een miljoenen kostende, door de burger betaalde inrichting. Om het over met gemeenschapsgeld gestimuleerde valse concurrentie maar niet te hebben.
Een verkeerd principe is ook het slopen van de Groenoordhal voordat er een vervanging voorhanden is.
12. Het is een foute gedachte om de bibliotheek in een nieuw pand te huisvesten terwijl de organisatie B-plus-C verlies lijdt.
De bibliotheek is in een prachtig pand gehuisvest maar de directeur wil een nieuw paleis. B-Plus-C bezit prachtige panden zoals het Volkshuis, dat slecht gebruikt wordt. Overigens staat het pand van het Hoogheemraadschap tussen het postkantoor en Minerva leeg en klaar voor gebruik.
Toegangsprijzen, een rekenvoorbeeld
13. Wist u dat toegangsprijzen voor algemene voorzieningen voor een groot publiek betaalbaar moeten zijn?
Een kaartje om te zwemmen is zó duur dat zwemmen voor veel mensen onbetaalbaar is geworden. Als je ’s morgens in een zwembad komt, dan tref je drie of vier badmeesters aan op twee of drie zwemmers. Dit geldt ook voor de schoolvakanties. Zwemmen is een sport die veel mensen graag beoefenen en die goed is voor de gezondheid, bijvoorbeeld als oefentherapie. Door de toegang zo duur te maken dat niemand meer gaat zwemmen, is de volgende stap in het denken van de Leidse ambtenaren dat, omdat er geen animo voor zwemmen bestaat, de zwembaden gesloten kunnen worden en er huizen voor in de plaats kunnen komen.
De Stadspartij denkt daar anders over: De prijs van een zwemkaartje moet omlaag, zodat meer mensen gebruik kunnen maken van deze goede voorzieningen. De totale inkomsten van meer zwemmers die minder betalen zijn gelijk aan die van minder mensen die meer betalen. De toegevoegde waarde van dit principe is dat minima dan ook niet meer hoeven te bedelen bij sociale zaken.
De Stadspartij gaat graag uit van gezonde principes.
RGL en Ringweg-Oost
14. Het is een verkeerd principe om de aanleg van de Ringweg Oost te koppelen aan de aanleg van de Rijn-Gouwe Lijn.
Terwijl de Ringweg Oost mogelijk een bereikbaarheidsprobleem van de stad gedeeltelijk oplost, doet de Rijn-Gouwe Lijn dat op geen enkele wijze. De RGL dwingt lokaal verkeer slechts om ver om te rijden en veroorzaakt daarmee nieuwe knelpunten.
15. Wist u overigens dat het aantal ambtenaren in Leiden de afgelopen vier jaar is gegroeid, terwijl de bevolking afneemt?
Het aan externe “deskundigen” uitgegeven bedrag is opgelopen tot 10 miljoen euro. Bilijkbaar zijn de vaste krachten niet deskundig en probeert het ambtelijk apparaat het werk met steeds meer personen te klaren. Dit zou zo erg nog niet zijn als de ambtenaren tenminste wisten wat ze moeten doen, maar het ontbreekt aan taakomschrijvingen, zodat heel wat ambtenaren rustig een sigaretje roken of de hele dag met een map onder hun arm rondlopen, zoals iedereen die vroeger dienstplicht heeft verricht wel eens heeft gedaan.
Burgers buiten spel
16. Burgers horen correct en persoonlijk te worden geinformeerd over grote projecten in hun buurt
De hoogbouw van het ROC aan de Lammenschansweg en het Achmea gebouw bij het station zet verschillende groepen burgers letterlijk in de schaduw en belemmert hun uitzicht. Hoewel wij van mening zijn dat je geen uitzicht bij een huis koopt, lijkt het ons niet juist om deze mensen niet als belanghebbende te beschouwen. Bestuursrechtelijk gezien grenzen de huizen van de gedupeerden niet aan de hoogbouw. Ze hebben dan ook geen poot om op te staan. Het blijft echter onbehoorlijk bestuur om zulke mensen niet van te voren op de hoogte te stellen van gigantische bouwplannen in hun voor- of achtertuin.
Het Gemeentebestuur is verplicht om u te informeren als uw bouwplannen worden besproken in de ARK. Dit mag echter plaatsvinden door publicatie in een lokaal, huis-aan-huis verspreid blad. Wij zijn van mening dat het belang van de betrokken burger beter wordt gediend met een persoonlijke benadering, d.w.z. per post of e-mail.
17. Bracol debakel
Als de wethouder dreigt dat hij geen tweede Bracol debakel wil, gaat hij uit van het verkeerde principe dat hij alleen de lakens uitdeelt. Bij het ontwerp van het Zijlhofje had men de uit de problemen met het Bracol-Zitmanterrein getrokken lering moeten toepassen.
Stoepenubsidie
18. Subsidie moet niet leiden tot kostenverhoging voor de burger
Er is in Leiden binnen de singels geld beschikbaar om de stoep op te knappen. Om voor deze subsidie in aanmerking te komen, moet u eerst tekeningen laten maken door een architect en een aannemer een werkplan laten opstellen. U loopt daarbij het risico dat uw plannen niet worden goedgekeurd. Bovendien bent u, voordat u zelfs maar begint, tenminste het bedrag kwijt dat u aan subsidie kunt ontvangen. Dit is dus weer een voorbeeld van hoe het niet moet in het openbare bestuur.
Een voormalige subsidie op het vervangen van loden waterleidingen verliep vlotter: na het uitvoeren van het werk kon je met de factuur een bijdrage ontvangen.
WMO en PGB
19. Als de WMO bedoeld is om mensen langer zelfstandig te laten leven, zou de Gemeente het persoonsgebonden budget (PGB) juist moeten stimuleren en het aantal regels daaromheen minimaliseren.
In plaats daarvan proberen onze bestuurders alle zelfstandigenzorg aan te besteden en mensen stelselmatig in een keurslijf te duwen.


